Fazant Fazant Fazant

14 02 2008

Valentijn, wat een wonderlijk gebeuren! Ik word er zowaar poëtisch van. Daarom bij deze een kort stukje topliteratuur over een anekdote in Gent. Of een Gentse anekdote, naargelang uw seksuele voorkeur. … What?

 Als een spook in een massa… spoken glijd ik over het tramperron. Wacht, misschien verplaatsen spoken zich in kuddes. Of scholen of meutes of hordes. Enfin, ge ziet mij dus al lopen tussen al dat ander depressief treinvolk, dat is de essentie. Met de obligatoire romantische muziek in de oren vanuit mijn romantisch rode mp3-speler – Stripped, Raped & Strangled van Cannibal Corpse – begeef ik me als een gazelle, mmm, misschien beter een wat mannelijker dier nemen, als een poema, yeah, naar de voorkant van het perron. Want de trams stoppen niet aan de achterkant. Waarom weet ik niet, al die discriminatie tegenover achterkanten altijd! Soit. Daar stond ik dan mooi te blinken vooraan op het perron. Waarschijnlijk ook letterlijk, want er zat gel in mijn haar. Haha! Woordgrapje! Niemand? Nee? Bende homo’s. Enfin.

Ik laat mijn blik vallen over een oud vrouwtje voor mij. Ze draait zich geënerveerd om met een gezicht van ‘Gij se kleine!’, raapt het blikje Ice Tea op en deponeert het in een dichtbijzijndse vuilnisbak. Ik speur het perron verder af en zie, naast een gigantisch dikke dakloze negerin met een krant in haar achterwerk – komaan: welke televisieserie? – verderop een koppeltje dat innig met elkaar aan het kussen is. En maar draaien met die monden en dat speeksel dat van de een zijn bakkes in de ander haar kinnebak wordt gedeponeerd, zonder achting op de gevolgen die zo’n wrede uitwisseling van saliva zonder twijfel met zich meedraagt. Ik heb niet de gewoonte naar kussende koppeltjes te blijven staren tenzij het lesbiennes zijn, dus kijk ik al vlug een andere richting uit.

Daar bespeur ik de opkuisdienst van Ivago. Een karretje op de tramrails en een man met een blaasmachine op het perron. Samen veroorzaken ze zowel een fikse teringherrie die de zachte tonen van mijn Cannibal Corpse verstoort als een zeer ongezond uitziende stofwolk. Eén voor één zie ik de andere wachtenden geschrokken achteruit springen als de blazer passeert. Wanneer hij mij nadert, volg ik hun voorbeeld. Het lijkt me nogal een robuuste kerel waartegen ik met mijn zachtaardig karakter niet ben opgewassen. Enkele seconden later passeert de blazer het kussende koppeltje. En wat doen ze, de onnozelaars? Ze blijven godverdomme staan en ze blijven potverdikke kussen. Ik wil niet weten wat er nu allemaal in die betonmolen tussen hun twee monden ronddraait. Waarschijnlijk een paar broodjesresten van hun lunch in de Panos, zeker en vast een hoop lichaamsvochten en dan nog een lading stof erbij. Waar zijn we in godsnaam mee bezig als de jeugd zich van zo’n dingen niks meer aantrekt, dat vraag ik me af. Geen wonder dat Marc Van Eeghem zich ophangt in Katarakt, er is geen hoop voor de toekomst! Hoewel, mocht ik de kans hebben om zowel Joke Devynck als Karlijn Sileghem binnen te draaien zou ik toch wel twee keer nadenken vooraleer mijzelf van het leven te beroven. Dit terzijde.

Conclusie van het verhaal: op Valentijn worden er een hoop besmettelijke ziektes opgelopen, knappemanspersonen geënerveerd en testikels afgevroren. That will be all.

Hopeloos romantisch inderdaad, zo ben ik.

Here’s a song about a Dreidel:

Mogen alle tortelduifjes zich vandaag es goed amuseren, ik ga mij alvast bezatten want mijn broer en zus zijn jarig.

Heil Peerhoofd en Manse!


Actions

Information

3 responses

15 02 2008
osahi

Woow Giel, hoe jij dit moment beschrijft. Prachtig. Echt.

17 02 2008
18 02 2008
Keunemeun

heil giel! Second that thought over marc van eeghem. rare kwiebus. Twas een mooi locatie om het tijdelijke voor het eeuwige in te ruilen, dat wel!

Leave a comment